rabelais (3)
- ‘Ik wil geheel mezelf zijn.’
- Wat is dat ‘jezelf zijn’?
- ‘Awel, mezelf zijn. Zo helemaal gans en overal tegelijk.’
- ‘Ik wil geheel mezelf zijn.’
- Wat is dat ‘jezelf zijn’?
- ‘Awel, mezelf zijn. Zo helemaal gans en overal tegelijk.’