jan baetens' zondag

Emile_verhaeren_paris

Jan Baetens kennen we als een aangename dichter. Hij dicht gemakkelijk en hij leeft gemakkelijk. Enfin, zo komt dit werk over. Hij speelt met de dichtvormen, met de cultuur. Weinig hedendaagse dichters nemen zo moeiteloos de hedendaagse cultuur in al haar vormen op. De verschijningsvormen zijn er om gedicht te worden. Het aangename bij Jan Baetens is ook het belang van de techniek – op deze manier neemt hij op een weldadige manier afstand van zichzelf. De auteur is wel betrokken op de wereld maar hij neemt er als intellectueel ook afstand van. Hij is lid van de wereld maar er niet in opgenomen.

Zijn nieuwste bundel ‘Pour une poésie du dimanche’ (Les impressions nouvelles, Bruxelles, 2009) is (ook) een manifest. Hij gebruikt het woord ‘zondagdichter’ in enigszins provocerende vorm. We denken aan dichters die op een amateuristische manier werken: simpel rijm, een anekdote, een sentiment. Dit is hier niet het geval. Zoals Thierry de Cordier zich een zondagschilder noemt en daarmee afstand neemt van de professionele kunstenaar met zijn contacten en verplichtingen, zo begrijpt ook Jan Baetens het begrip zondag. De dichter heeft een dagtaak –zoals de burger- en hij is dichter. Niet omgekeerd. Het kunstenaarschap wordt anders ingevuld.

Dit is voor Jan Baetens geen last maar een verrijking. Hij schrijft (en zijn begincitaat laat Marcel Duchamp spreken in zijn vernietigende repliek op de kunstwereld): ‘[…], le second métier n’achète pas seulement la liberté – celle d’écrire ce que l’on veut, celle surtout de ne pas écrire quand le désir fait défaut - , elle nourrit aussi l’acte littéraire. Car le texte gagne à parler de quelque chose plutôt que de soi – dont on sait maintenant assez.’

Het is vanuit de vrijheid en de onafhankelijkheid dat de kunst vernieuwd kan worden. En deze liggen grotendeels in het (Kantiaanse) burger-zijn. Het is de Verlichting (in navolging van het humanisme) die de kunstenaar in de maatschappij geplaatst heeft. Het is de arrogantie van de romantiek die hem er uit getrokken heeft.

Over Majakovski dicht Jan Baetens: ‘Camarade, je te donne ta forme fixe: le plan. / Ta prosodie : les quotas. / Ton matériau : les bruits du chantier. / Tes rimes : le sifflet, / / La sirène, / La dynamite / (Ratés compris), / Le canon. […].’

Over Jan Lauwereyns, ‘chercheur en psychologie expérimentale’, schrijft hij in de verklarende noot : ‘Il publie ses poèmes sur la neuropsychologie de la perception visuelle dans des revues comme ‘Nature’, ‘Science’ ou le ‘Journal of experimental psychologie : animal behavior processes.’

En verder laat hij spreken dichters als Paul Nougé, Jacques Roubaud, Wallace Stevens, e.a.

(foto: Emile Verhaeren aan de Rue de la parcheminerie, Paris)