intellectueel
In (H)art nr. 56 een interview van Hans Theys met Raoul De Keyser. Interview? Beter te spreken van een poging. RDK is stug en streng. Op zeker moment zegt hij: ‘Ik lees geen teksten over kunst. Vroeger schreef ik zelf van die teksten, maar ik ben ermee gestopt toen ik mijzelf voor de zoveelste keer het woord ‘spanningsveld’ zag gebruiken.’
RDK is een schilder voor schilders omdat hij reflecteert (een woord als spanningsveld) over de manier van werken, het medium verf, het doek, de handeling en het stoppen. In het verlengde hiervan denkt hij na over de taal als instrument, als cliché.
Opvallend hoeveel woord-intellectuelen het over het ‘spanningsveld’ hebben. Sommige woorden zijn besmet geworden, zijn uitgesleten en vals geworden. Ze doen denken aan ‘de internationale solidariteit’, ‘de macht van het proletariaat’, ‘de flexibele mens’, ‘de eenentwintigste eeuw’. Toch hebben we die woorden nog nodig. Het is door het verkeerde gebruik dat de woorden vals worden.
Opvallend hoeveel schrijvers de taalclichés herhalen en herhalen en herhalen. De taal is een uiting van denken. Of van schamelheid.