bert schierbeek - han de vries - michaël snitker

‘Het boek ik’ (1951) van Bert Schierbeek eindigde met de woorden ‘wij gaan bewogen heen in andere namen.’ Niets laat ons onberoerd, de mens verandert en het verre is ons doel. In 1952 verscheen ‘de andere namen’. De vormgeving van het eerste experimentele boek werd door Schierbeek zelf bepaald en gedaan. Het is daarom nog redelijk conventioneel. Het tweede boek werd in handen gegeven van Han de Vries en hij zette het boek helemaal naar zijn hand.

Michaël Snitker ( www.snitker.nl ) kennen we o.a. als vormgever van de dichtbundels van Saskia de Jong. Zijn werk wordt gekenmerkt door een onmiskenbaar hedendaags gevoel met veel zin voor traditie. Dit laatste: hij aanvaardt dat een boek gelezen wil / moet worden. Al jaren is hij gefascineerd door het boek ‘de andere namen’. Begin 2011 kon hij het archief van Han de Vries consulteren en dit zette hem er toe aan het boek ’trilvensters en onderkasttypografie: een persoonlijke en onvolledige bibliografie van de andere namen’ te publiceren. Het boek is een persoonlijk eerbetoon aan een vormgever, een schrijver en een boekcultuur. Toch bevat het geen enkel woord van Michaël Snitker zelf. Het is een documentaire, een verzameling van teksten die door anderen geschreven zijn. Maar deze afstandelijkheid toont juist een grote liefde — die immers altijd woordloos is.

Han de Vries liet Bert Schierbeek ‘de andere namen’ lezen en het is op basis van zijn cadans, zijn toonhoogte en exclamaties dat de vormgeving van het boek bepaald is. ‘de andere namen’ is een combinatie van bladzijden die zwart en rood gedrukt zijn. Het rood staat voor de hartstocht. Er zijn ‘trilvensters’: bladen met rasterdruk die de ogen irriteren en hen zo dwingen zich te sluiten. Wat een mooie paradox: lezen, ogen sluiten, nadenken. (Eyes wide shut.) Hier en daar zijn zwarte balken opgenomen, wat moet herlezen worden. Wat echter haaks staat op de typografische vormgeving van het boek is het getekend portret (door Han de Vries) van een vrouw. Op de foto twee tegenoverliggende helften. In het boek is her en der ook nu eens de ene helft dan de andere afgedrukt.

Meer dan een halve eeuw later beseffen we dat deze vormgeving logisch is, dat dit boek aan kracht gewonnen heeft maar dat dit nauwelijks navolging gekregen heeft.

Het boek van Michaël Snitker begint met afbeeldingen van de omslagen van ‘de andere namen’. Niet alleen de verschillende edities maar ook verschillende exemplaren van eenzelfde editie. Zelden is de individualiteit van een ‘massaproduct’ duidelijker en esthetischer getoond dan hier. Zijn verzameling teksten begint met een opdracht van Schierbeek aan de vormgever. De flaptekst wordt opgenomen, daarna recensies. We lezen brieven, correspondentie, woordenwisselingen over het auteurschap, enz. Hier wordt het boek als mensenwerk, als maakwerk op een overtuigende en levendige manier neergezet. Snitker ‘kopieert’ de vormgeving van De Vries voor zijn eigen boek, d.w.z. hij neemt een aantal typografische elementen over en structureert op die manier zijn eigen boek als een pendant voor het originele werk van De Vries. Na p. 47 neemt Snitker bijvoorbeeld een aantal trilvensters op. De vraag op p. 47 was immers: ‘Zou een typograaf zo’n interpretatie en zo’n vormgeving aan het oeuvre van bijvoorbeeld een Rabelais kunnen geven, dat deze ongelezen grootheid in de twintigste eeuw weer wordt gelezen? …’

 

Foto 1: het boek ik, foto 3-4: de andere namen, 2de druk, foto 5: michaël snitker

(download)