bart baele, schilder voor zieken

In het Oud Rusthuis van Laarne heeft Bart Baele een tentoonstelling ingericht: zijn werk wordt geconfronteerd met dat uit het Museum Dr. Guislain. Het is een verrassende expositie geworden omdat de omgeving en de omstandigheden waarin alles georganiseerd moest worden het ergste konden doen vermoeden. Want Bart Baele heeft, ondanks de stompzinnigheid van de inrichtende macht, de kunst en de kunstenaars eer aangedaan. Elk werk wordt in zijn waarde gelaten en niet gepresenteerd als iets buitenissigs. Ziekte is nu eenmaal een menselijk gegeven. Door de vernuftige ophanging van de werken, de zachte mentaliteit waarmee werken met elkaar in verband gebracht worden, de esthetische bezorgdheid en vooral de intelligentie is deze tentoonstelling een genoegen én een confrontatie. We dwalen rond in een rusthuis dat voor kort nog bewoners had (dit is de 21ste eeuw). De namen van de bewoonsters zijn nog leesbaar, de richtlijnen zijn her en der nog aanwezig. In de kamers hangen schilderijen, tekeningen van psychiatrische patiënten. Bart Baele presenteert daartussen werk van zichzelf. Hij maakt installaties: niet om zich te presenteren maar om dingen helderder te maken en op deze manier laat hij de ziekte verdwijnen. En er komt kunst in de plaats. Kunst voor ons, niet noodzakelijk voor de makers ervan.

Het werk van Bart Baele werd opgemerkt door het Museum Dr. Guislain. Het heeft werk van hem gekocht en getoond. Toch is zijn werk geen outsiderkunst. Wat is dan wel de relatie? In de catalogus bij de tentoonstelling is een verwarde tekst van Bart Marius, museummedewerker, opgenomen. Uiteraard (want een cliché) haalt deze er Freud en Lacan bij (hoe angstaanjagend is het echter ook te weten dat onjuiste theorieën nog in deze tijd als basis van een therapie gebruikt worden: op deze manier zijn genezing en zelfs verlichting onmogelijk) en van deze laatste wordt ‘de gapende wonde’ (alweer) aangehaald. Dat steeds dezelfde woorden herhaald worden, duidt er op dat men het werk niet gelezen heeft (begrijpen is onmogelijk) maar slechts napraat. Om dit te zeggen: Bart Marius geeft ons geen inzicht in de relatie tussen het werk van Baele en outsiderkunstenaars. (Op de tentoonstelling wordt de bezoeker een ‘handleiding’ aangeboden: een samenraapsel van slecht gelezen en begrepen artikelen. De tekst staat bol taalfouten, dwaasheden en inhoudelijke onjuistheden.)

Toch zijn er parallellen tussen het werk van Bart Baele en de outsiders maar die liggen niet op het vlak van de ideologie of een psychologie (zoals Bart Marius meent) maar in een ingesteldheid. Het gaat om compassie, empathie. Het gaat om een opvatting dat kunst genezing kan zijn. Niet door expressie maar door aandacht, door verbondenheid. Kunst is een uiting. Het gaat ook om volksreligie, -geloof, -uitingen. Wat Bart Baele en outsiders gemeenschappelijk hebben is dat ze geen staatskunst maken. De vormeloosheid van hun werk (ondanks of juist door de dwangmatige vorm) is tegendraads, anti-maatschappelijk, anti-vooruitgangsdenken. Hun werk past niet in dit tijdskader, in deze mal. Het springt er uit, het is louter zichzelf en geen functie van iets of iemand anders. Bijna bereikt men hier een autonomie, een onafhankelijkheid en een vrijheid (hoe onvrij psychiatrische patiënten ook zijn). Dit is dan de paradox: in de wereld van de kunstvormen staan ze symbool voor de vrijheid terwijl ze zelf in hun ziekte gevangen zitten.

I.t.t. de officiële staatskunst mag er dus onhandigheid zijn, mag het ‘format’ verlaten worden. Dit geeft ook een onverwachte wending aan het kijken naar kunst: waar de moderne museumkunst overal hetzelfde is (ook al heb je het nog niet gezien, je hebt het al gezien), is deze kunst in de marge, vernieuwend want puttend uit een historische cultuurader. De kunst in de marge is vrij omdat er geen dwang is museumwerk te moeten maken en zich dus aan de tijd te onderwerpen.

Ashes to ashes. De dood staat in het leven.

Bij Bart Baele en de outsiderkunstenaars is er geen onderwerp, er zijn geen thema’s. Wat er is, is hun werk. (Als dit werk dus ook nog verbonden wordt met de lamentabele Lacan, dan is dit ook diagnostisch verkeerd.) Dat velen zichzelf herhalen, dat er geen sprake is van een ontwikkeling (dit laatste geldt echter niet voor Bart Baele) hangt hiermee samen: kunst is een activiteit, een zich uiten. Zoals anderen hele dagen werken, tekenen zij hele dagen ‘ventjes’. Het schilderen, het tekenen is een therapeutisch gegeven voor de geest. Het is daarom altijd een intellectueel werken – ook al is het bewustzijn van zichzelf slechts in een lagere gradatie aanwezig.

Er is ook de drang naar het schone, het geruststellende, het structurerende, dat wat vorm geeft en dus leven is. Kunst is daarmee niet alleen iets om naar te kijken maar bestaat in het leven zelf. Het is niet louter object maar is deel van het subject.

(In het begin alludeerde ik op de onmachtigheid (ook: onwil, onkunde, desinteresse) van de inrichtende macht. Toen ik de tentoonstelling bezocht, moest ik via de achterdeur binnenkomen. De vrijwilligers die de tentoonstelling moesten openhouden, waren niet opgedaagd. (Dat men louter met vrijwilligers werkt, zegt iets over de inzet van het bestuur.) Een kamer waar werk van Bart Baele en een andere kunstenaar te zien moest zijn, stond volgepropt met televisietoestellen. De begeleidende bordjes bevatten al te veel fouten. Aan het rustoord zelf is er geen enkele indicatie dat er een tentoonstelling gaande is. Het spandoek aan het stadhuis is al gehavend en niet leesbaar. Ik zwijg dan nog over de arrogantie van de schepen zelf. De sp-a wil zich altijd moeien met cultuur: men denkt dat men dan niets kan doen, dat men mag wauwelen en elke verantwoordelijkheid kan ontlopen. De tekst in de begeleidende brochure is voor de dwaasheid hiervan een voorbeeld. Men wil groot zijn en men is het niet. Men gebruikt anderen –i.c. kunstenaars- om een ‘evenement’ op te zetten: niet de kunst is belangrijk, wel de gemeenschapsvorming.) Het socialisme in Vlaanderen is een beklemmend, dodend nationalisme. (Volgend jaar zijn er verkiezingen.)

Julien Vandevelde heeft op youtube een film over deze tentoonstelling geplaatst:

Illustraties: werk van Bart Baele op de tentoonstelling ‘Bart Baele Elixir Guislain’, met onder andere het nieuwe werk ‘Lam Gods’ (2011). De catalogus bevat naast beeldend werk ook enkele teksten van Bart Baele zelf.

(download)