sfcdt’s posterous

 

magister

In ‘het oog van de meester’ schrijft George Steiner: ‘De abstinentie van Spinoza heeft niets van zijn voorbeeldige glans verloren.’

Comments [0]

najaar (5)

Maar in het najaar verschijnen (o.a.) ook ‘District en Circle’ van Seamus Heany; ‘Domheid voor beginners’ van Matthijs van Boxsel; ‘Het A4’tje en wat eraan voorafging’ van de Engelse typograaf Robin Kinross; ‘Huis van de aanrakingen’ door Peter Verhelst. Paul Bogaert brengt nieuwe gedichten (De Slalom soft) –de bundel is er al. Er verschijnt bij Balans een biografie van Majakovski. Er is ook een boek over Christoffel Plantijn door Sandra Langereis aangekondigd. Van Marije Langelaar verschijnt een nieuwe bundel ‘De schuur in’. ‘De voordelen van het ongemak’, een aantal essays van Hans Magnus Enzensberger, zal ons stoten. Op Artistiek Bureau worden we echter gewaarschuwd: het gaar hier om een herdruk. Bij uitgeverij Vantilt verschijnen het eerste deel van ‘De Duitse ideologie’ van Karl Marx en het laatste deel van haar Dadareeks ‘Dan Dada doe uw werk!: avant-gardistische poëzie uit de lage landen’.

Comments [0]

najaar (4)

De uitgevers beloven dat de lancering van een nieuw boekproduct vergezeld zal gaan van aandacht door de media. Ze noemen posters, interviews, lezingen, recensies, ‘Tip van uw boekhandelaar’-kaartjes, … Of zoals bij ‘Spaghetti aan het plafond’, waarover Kidslog zegt: ‘Gezellig doch overzichtelijk, […]’

Een aantal zaken hebben de uitgeverijen in eigen hand maar een aantal beloften is loos. Er worden te veel auteurs gelanceerd om elk te interviewen. Lezingen zijn zelden publiekstrekkers. Persaandacht is nooit verzekerd en het succes ervan is onzeker.

Uitgeverij Forum belooft voor het boek ‘Vers!’ van Jeroen de Zeeuw het volgende te doen: ‘uitgekiende marketing- en publiciteitscampagne, met onder meer aandacht op tv en advertenties in ‘Sp!ts’ en ‘delicious’., Smakelijke presentatie, Interviews en acties in tijdschriften’. Uitgeverij Boekerij zal voor ‘Sashenka’ van Simon Montefiore zorgen voor ‘Auteursbezoek, posters, sfeervol etalagemateriaal, vooruitexemplaren op aanvraag en advertenties in boekhandelmagazines.’ Deze acties moeten de boekhandelaars overtuigen om massaal in te kopen. Massaal inkopen betekent ruimte in beslag nemen. Ruimte die niet beschikbaar is voor andere (concurrentiële) boeken.

Voor het nieuwe boek van Doeschka Meijsing ‘Een cadeautje hoort erbij’, belooft Querido: ‘Interviews, advertentiecampagne, buitencampagne in grote steden, affiches, toonbankdoosje en onlinecampagne’. Voor het boek ‘De begeleider’ van Peter Drehmanns belooft Querido naast interviews, lezingen, affiches en onlinecampagne ook lezersacties. Voor ‘De geur van gedroogde appels’ van Willem van Toorn zal de uitgeverij echter niets doen.

Sommige onderdelen zijn onbegrijpelijk maar geen nood, er wordt iets gezegd. Prometheus brengt alles samen onder het begrip ‘POS-materiaal’ en dat kan niet anders dan als hedendaags, alomvattend en overtuigend overkomen.

Toch zijn er in dit taaltje ook gradaties te onderscheiden: voor ‘Jongensjaren’ van Martin Bril belooft Prometheus ‘veel aandacht voor, tijdens en na de boekenweek’. Het boek van Sebastian Faulks, ‘Een week in december’ zal echter ‘zeer veel aandacht in de media’ krijgen. Uitgeverij De vliegende Hollander vermeldt onder promotie voor ‘De laatste paus’ van Luís Miguel Rocha dat het een internationale bestseller is, verkocht is aan 23 landen en bestemd is voor liefhebbers van complottheorieën.

Lebowski gaat nog verder en vindt de ‘quotes’ op het omslag van ‘Ik ben niet bang’ door Niccolò Ammaniti ook al het vermelden waard (en een pluim voor zichzelf): ‘Voorzien van prachtige quotes van Kluun, Saskia Noort en Herman Koch’. Als dit niet verkoopt, dan moet het wel de schuld van de boekhandelaar zijn.

De Boekerij verzorgt voor een aantal boeken ‘crosspromotie in najaarsromans’ –wat een goedkope manier is: de uitgeverij zegt van zichzelf dat ze goed is.

De uitgevers hebben in meer dan één opzicht de digitale wereld ontdekt. Voor de promotie van het tijdschrift ‘Lava’ vermeldt J.M. Meulenhoff ‘Website met 30.000 bezoekers per jaar’ –hoe dit een promotie-/verkoopsargument kan zijn, is niet helemaal duidelijk. Meulenhoff belooft voor de promotie van het boek ‘Algemene kunstgeschiedenis’ een ‘mailing naar universiteiten en hogescholen’ te zullen doen. Bert Bakker zal voor ‘De dokter kan niets vinden’ van Jan Houtveen ‘Acties [ondernemen] met internetfora’ –wat dit ook moge betekenen. ‘De boekerij’ zal van ‘Bloedzusters’ van Yaba Badoe een voorpublicatie op het internet plaatsen.

Voor ‘De verrekening van de liefde’ door Else-Marie van den Eerenbeemt belooft uitgeverij Bert Bakker ‘Aandacht in de bladen’. Voor ‘Indiëgangers’ van Ulbe Bosma belooft dezelfde uitgeverij ‘Gerichte acties’.

Als promotie van ‘Vuursteens vleugels’ door Elmer Schönberger vermeldt Meulenhoff ‘Boekpresentatie in pianowinkel of conservatorium’.

De verbeelding is niet enorm. Zou het kunnen dat de lucht van de marketing ook de boeken zelf aantast?

Comments [0]

najaar (3)

‘Het boek is een product geworden’, is al eerder gezegd. Hiermee wordt niet beweerd dat een boek niet verkocht mag worden, wel dat een boek (bijna?) alleen een handelsobject geworden is. Vandaar dat een nieuwe omslag of een andere bindwijze, een louter verkoopsargument geworden is. Van Stephenie Meyer verschijnen twee nieuwe edities. Van ‘Twilight’ verschijnt een luxe-editie; van ‘New moon’ een filmeditie. De uitgever schrijft: ‘Voor alle Stephenie Meyer-fans: twee speciale edities voor de feestdagen!’ Door het boek telkens op een andere manier te verpakken, stelt men het boek voor als een nieuw product en dus te kopen. Het is de verpakking die verkocht moet worden. Dit geldt ook voor klassiekers: er wordt niet noodzakelijk vermeld dat het gaat om een heruitgave maar de boeken worden als een nieuw product voorgesteld –al dan niet opgenomen in een ‘prestigieuze’ reeks.

Prometheus brengt drie boeken van Herman Brusselmans ‘eenmalig in een grote luxeomnibus’. Bert Bakker brengt ‘Stemmen op schrift’ (Frits van Oostrom) en ‘Het gevleugelde woord’ (Herman Pleij) ‘nu eenmalig in een luxe cassette’.

Lebowski brengt ‘Geluk’ van Joep Schrijvers ‘met vier gelukzalige covers’.

‘Het weerzien’ van Nicci Gerrard verschijnt ‘voor de feestdagen in midprice-editie’.

Ook dit alles is niet nieuw. Bibliofilie richt zich in veel gevallen vooral op de materiële kant van het boek. Het materiële is hier belangrijk omdat het een verband kan leggen met de inhoud van het werk of de status van de schrijver. Ook hier waren en zijn er excessen. De context van het boek als object is echter veranderd: bibliofilie zit binnen een boekcultuur; de huidige herverpakking is een onderdeel van de managementcultuur.

Comments [0]

najaar (2)

‘In Frankrijk al meer dan 300.000 exemplaren verkocht!’ (‘De autobiografie’ van Françoise Hardy)

‘Al meer dan 60.000 exemplaren verkocht !’ (‘Alleen maar nette mensen’ van Robert Vuijsje) (nu ‘Midprice-editie met nieuw omslag’)

‘Al meer dan 125.000 exemplaren verkocht’ (‘De nieuwe man’ van Thomas Rosenboom)

‘Tweede druk!’ (‘Roem’ van Daniel Kehlmann)

‘Nu al vierde druk!’ (‘De leraar’ van Bart Koubaa)

‘Qua emotionele kracht vergelijkbaar met de boeken van Randy Pausch (15.000 exx.) en Michel Boerebach (30.000 exx.) (over ‘Kaj’ van Juni Daalmans)

‘Meer dan 10.000 exemplaren verkocht’ (‘De tolk van Darfur’ door Daoud Hari)

Wat is de waarde van dit laatste getal nog als er ook gesproken wordt van een meervoud van 100.000? Er worden in de uitgeversfolders nog min of meer inhoudelijke argumenten gegeven (als men kreten zo wil noemen), maar er wordt vooral verwezen naar behaalde en potentiële oplagecijfers. Boeken worden met elkaar vergeleken: X heeft 10.000 exemplaren verkocht, dus kan dat ook met Y gebeuren.

Er is een cultuurverschuiving omdat de literaire wereld meer en meer de slogantaal van de marketingwereld overneemt. Dat is het grote verschil met vroeger. Uitgevers zijn altijd commerciële bedrijven geweest –handel is in principe ook niet verkeerd- maar de marketing heeft de inhoudelijke kant overgenomen en dat is de grote verandering geworden.
Ook de aandacht voor getallen is niet nieuw. Dijksterhuis heeft deze evolutie in het Westen behandelt in zijn boek ‘De mechanisering van het wereldbeeld’. Nieuw is wel dat het getal op zichzelf een argument is, dat de veelheid een argument is om te kopen/lezen. De kwaliteitsnorm is niet de intrinsieke kwaliteit van een boek, een oeuvre maar dat zo veel anderen het al gelezen hebben of het zullen lezen. Niet de inhoud is daarbij belangrijk maar wel de gemeenschappelijkheid. Het boek als een individueel instrument is daarbij verdwenen en het heeft de televisienorm overgenomen. Iedereen kijkt op hetzelfde moment naar hetzelfde programma om ’s anderendaags dezelfde mening te hebben. De verschuiving van woord naar beeld, is ook een verandering in intellectuele, sociale en emotionele patronen.

Comments [0]

najaar (1)

Veel wordt gezegd over hoge en lage cultuur en het wordt voorgesteld alsof dit een volmaakt huwelijksfeest is waar elke partner aan de andere gelijkwaardig is. Dat valt te betwijfelen. Als een sterk medium een zwak medium behandelt dan worden niet de waarden van de tweede maar van de eerste opgelegd. Als de sensatiepers over politiek schrijft, dan wordt de politiek in de ranzige sfeer getrokken. Als de televisie over boeken spreekt, dan zijn de beeldnormen bepalend voor de woorden.

In de uitgeverswereld zien we hetzelfde fenomeen. De najaarsfolders nemen de toon van het commerciële geweld over. Zelfs een uitgeverij als Athenaeum adverteert zijn klassieke boeken met een woordenschat die haaks staat op die cultuur.

Van Stendhal komen ‘Liefdesverhalen’ (vertaald door Tatjana Daan) uit. Van hem wordt gezegd: ‘Met zijn romans […] heeft hij wereldwijd generaties lezers voor zich gewonnen. Van ‘De Kartuize van Parma’ werden in de nieuwe vertaling maar liefst 10.000 exemplaren verkocht.’ Dit is promotietaal voor een hedendaagse schrijver.

Over de vertaling van Tacitus’ ‘Historiën’ (door Vincent Hunink) wordt gezegd dat dit ‘cynisch proza, genadeloos vertaald’ is. Genadeloos? Over het boek zelf, laat de uitgever schrijven: ‘Nietsontziend. […] krijgt vorm in snoeihard, bloedstollend proza, samengebald tot het uiterste. En nog verder, Tacitus gaat geregeld door de pijngrens. […] Deze nieuwe, volledige vertaling geeft Tacitus’ steile proza weer in een gewaagd Nederlands zonder een woord te veel, en vraagt om aandachtig lezen zoals bij poëzie. Met indringende leeservaringen als gevolg.’

Deze wending zien we ook al een aantal jaar in de behandeling van de boekomslagen. De klassieke typografische omslagen van Jacques Janssen zijn er nog steeds maar de boeken krijgen nu een buikband: een kleurrijk prentje dat in nogal wat gevallen haaks staat op de inhoud van het boek. Onwennigheid.

Comments [0]

n.a.v.m.

Comments [0]

gouden

Sommige burgerhuizen zijn omheen een trap gebouwd: het is de opwaartse beweging die dynamiek aan het huis verleent. Horta en Henry Van de Velde waren daar meesters in. Steven Jacobs beschreef dit voor Van de Velde op een instructieve manier in zijn boek ‘Henry Van de Velde: wonen als kunstwerk, een woonplaats voor kunst’.

In veel gevallen is de trap een poging tot bluffen. Ook dat is in sommige burgerhuizen te zien: de inkomhal toont overbodige ruimte, de trap maakt een elegante beweging, het metaalwerk is kunstig, de leuning rijkelijk versierd.

Wat naar de hoogte leidt, is in onze cultuur de moeite waard: het is het verhevene waarnaar gestreefd moet worden. Zoals de toren een teken van macht is, toont de sokkel wat waardevol is. De trappen zijn moeizaam te bestijgen maar de beloning zal de moeite zijn.

Ooit werd gezegd dat het afschaffen van trappen een teken van democratie is want trappen zijn een (ook) mentale hindernis. De drempelvrees. In deze tijden moet er anders gebouwd worden. Overheidsgebouwen moeten van glas zijn –een transparant bestuur- en moeten door de burger vlot bereikbaar zijn. Geen overbodige trappen. In de praktijk gebeurt het nog altijd anders. De ideologie van de trap blijft geldig.

In München is de Pinakothek der Moderne vlot te bereiken: de kassa’s bevinden zich op de gelijkvloerse verdieping. Aan de ene kant kun je afdalen in een kelder, aan de andere kant is er een immense trap. En bovenaan hangt een schilderij van Andy Warhol. Een schoen. Niet de gouden schoen, wel het kalf.

Comments [0]

jeugd

Een buslading Nederlandse vrouwen, gemiddelde leeftijd 70 jaar, aan de infobalie. Ze vragen een plan van de stad. Het cliché: het is gratis dus wil elk er één. Onbegrijpend staren naar het plan: waar ben ik, waar ga ik heen, waarom hier? De stift wordt boven gehaald: hier zijn we en dit is de route naar de historische stad. En hier kun je dit zien, en daar kun je dat zien, maar ga eerst langs het begijnhof. Onbegrijpend staren: waarom wordt dit gezegd, wat heeft dit voor belang, wat heb ik daar mee te maken? De stoutmoedigste zegt -en bevrijdt daarmee de anderen: ‘Meneer, waar zijn de winkelstraten?’.

Comments [0]

ja, we gaan er voor

We zullen een constructief gesprek voeren en

we zullen dit tot op het bot uitklaren en

we hebben van niemand lessen te krijgen

            the future is the sky, the scooter is the fyke

We gaan immers deze challenge aan want

wij hebben een sterk merk

dat wordt onverkort voortgezet

            the future is the sky, the scooter is the fyke

We ontwikkelen een aantal instrumenten

we voorzien een pilotproject

en daarna houden we een uitgebreide consult

            the future is the sky, the scooter is the fyke

We voorzien voor iedereen een opleidingstraject

puur vanuit procesmatig standpunt

vormen we in het veld der actoren een speerpunt

            the future is the sky, the scooter is the fyke

we stellen u een nieuwe oriëntatie voor waarbij we het oude geenszins afwijzen

we nemen dit voor u mee naar de toekomst toe

we reiken u praktische handvatten aan

            the future is the sky, the scooter is the fyke

we stellen een format op basis van uw profiel samen

en dat zullen we matchen met internationaal erkende standards

ik zou dus zeggen, ja kom together

            the future is the sky, the scooter is the fyke

we zullen de communicatiesystemen integreren

een geüniformiseerde werkwijze beheren

en de targets die we onszelf stellen zullen we plechtig betreden

            the future is the sky, the scooter is the fyke (drie maal)

Comments [1]