sfcdt’s posterous

 

de bibliotheek van de 21ste eeuw. in gent. (11)

Irma: Julien, Julien! Opstaan!

Julien: Heu? Wat? Waarom?

Irma: Het is vandaag verwendag!

Julien: Waarom? Wat? Heu?

Irma: Julienke, mijn knolleke. Vandaag worden we in de bibliotheek verwend!

Julien: Wablief? In de bibliotheek? Daar gaat volk naar komen. En wie en wat?

Irma: Julienke, mijn bolleke. Als je vandaag naar de bibliotheek gaat, krijg je misschien een verjaardagskalender!

Julien: Een wat? Een verjaardagskalender?

                        Poecke: We hebben lang nagedacht en voor u een origineel geschenk uitgekozen.

                        Van Baveghem: Origineel!

Irma: Jawel, en daar kun je dan de verjaardagen van de hele wereld in schrijven.

Julien: Amai, amai, amai.

Irma: Jawel, Julienke, mijn dolleke. Misschien krijg je er ook nog een lat bij!

Julien: Een lat? Toch geen lat van 30 cm zeker?

Irma: Ja! Julienke, mijn goddeke. En omdat de verwendag dit jaar over voetbal gaat, is het een meetlat van dertig centimeter van de Gantoise!

                        Poecke: Jawel, een meetlat, speciaal voor u gefabriceerd in China in een oplage van duizenden exemplaren.

                        Van Baveghem: Natuurlijk niet alleen voor de Gantoise!

                        Poecke: En speciaal uitgekiend!

                        Van Baveghem: Gemaakt van bijzonder materiaal! Slap en snel verslijtbaar!

                        Poecke: Niet bruikbaar om op de hoofden van de tegensupporters te slaan.

                        Van Baveghem: Speciaal voor u!

Julien: Van de Gantoise, Irmake, mijn engel. Laten we snel naar de bibliotheek …

                        Poecke: De bieb!

                        Van Baveghem: Pieperdepiep!

Irma: … rennen! Julienke, mijn voddeke. Want er zijn ook posters te krijgen! Posters! Posters! Van voetballers!

Julien: Dat is me nogal wat, de 21ste eeuw. Zoveel verwennerij.

Irma en Julien, gearmd en op weg naar de toekomst -in het heden.

Julien: Ik zal toch geen boek moeten lezen.

Irma: Natuurlijk niet, Julienke, mijn zotteke. Dit is al een bibliotheek van de 21ste eeuw.

Comments [0]

de zwarte rug

Revolver 143 valt in de bus. Ha, het Hans-Magnus-Enzensberger-nummer is er. Er is echter een bericht bijgevoegd:

‘De almaar toenemende administratieve taken en de daaruit voortvloeiende groeiende verantwoordelijkheden zijn te zwaarwegend voor onze vzw geworden. Ze zetten duidelijk een verstikkende domper op het redactionele, op de ‘echte’ missie van ‘Revolver’: het uitgeven van een degelijk literair tijdschrift.

Met pijn in het hart werd beslist het uitgeven van het tijdschrift ‘Revolver’ vanaf 2010 – en dit na 42 jaar werking- stop te zetten.’

Ook hier weer: de toenemende professionalisering in het ‘literaire veld’ leidt tot afschaffing van wat interessant, degelijk en goed is. In een wereld die multicultureel kraait, wordt het ene initiatief na het andere dood gemaakt en daarmee wordt de diversiteit vernietigd. De werkelijkheid is dat er noch verbeelding noch vrijheid bestaat.

Het tijdschrift Revolver had een eigen domein binnen de literaire wereld: het was humanistisch gericht, niet ideologisch, de literatuur stond op de eerste plaats en vooral: Revolver was internationaal georiënteerd. Veel anderstalige dichters hebben hier een forum gekregen. Er waren ook op geregelde basis themanummers die altijd meer dan de moeite waard waren. Dit alles zal nu verdwijnen en wat weg is, is definitief verdwenen. Het is vandaag een zwarte, al te zwarte dag.

Comments [0]

de bibliotheek van de 21ste eeuw. in gent. (10)

(Wat voorafging. De cultuurpolitiek is de laatste jaren rechts geworden: van een te stimuleren individueel concept is ze een instrumenteel concept geworden. Ze dient voor gemeenschapsvorming. Gemeenschap is een rechts begrip. De culturele sector heeft dit proces aanvaard –voor dertig zilverlingen.)

Het licht schijnt niet alleen in Gent maar ook over Gent. Toch belet dit niet dat er nog altijd geen nieuwe visie op de bibliotheekwerking. Men spreekt van een belevingsbibliotheek maar dat is eerder een winkelconcept dan een idee. Ook is het schrijnend dat men wel slogans gebruikt maar geen visie heeft op de interne bibliotheekwerking en wat er van het personeel verwacht wordt. Er zijn speldenprikken die als dreigementen overkomen.

Hoe origineel men in Gent ook wil zijn, de openbare bibliotheek van Amsterdam blijkt een voorbeeld. En daar is iets eigenaardig aan de hand. De uitleencijfers zijn laag –in culturele termen: ronduit slecht- en toch zegt het management van zichzelf dat de werking optimaal is. Deze borstklopperij wordt door de buitenwereld overgenomen. Je moet cynisch zijn als je zelfs negatieve berichten weigert te geloven en er een ideologie achter bespeurt.

De hoofdbibliotheek van Amsterdam wordt vergeleken met de hoofdbibliotheek van Gent. Dit is intellectueel fout en nadelig voor de bibliotheekwerking in Gent.

De uitleencijfers in Gent liggen hoger dan in Amsterdam en toch doet dit bij niemand een bel rinkelen. De ligging van de bibliotheek in Amsterdam is merkwaardig: niet in het centrum, niet aan een doorgangsweg, niet in een onderwijsomgeving. Het gebouw was –en dat is in Gent ook zo- een magneet om privé-investeerders aan te trekken waardoor een stuk grond geherwaardeerd kon worden en de stad inkomsten creëert. Ook hier werd de cultuur gebruikt om een investeringspolitiek op gang te trekken. (De betonboeren worden niet meer gecontesteerd maar hebben nog steeds de macht.) De Amsterdamse bibliotheek heeft o.a. daardoor (?) een ander concept ontwikkeld –maar dat bestond o.i.v. Rem Koolhaas al langer: het winkelconcept is dominant. Dat is een merkwaardige evolutie: vroeger werden bibliotheekgebouwen gemodelleerd naar tempels of kerken.

Het ‘concept’ is dat er iets beleefd moet worden. In Amsterdam staat een piano en die wordt bespeeld. Er zijn radio-uitzendingen. Er staan zetels. Ook in Gent zal men het publiek steeds verrassen. Omdat het oude circus een onderdeel van de Waalse Krook is, is het evident dat er een verband gezocht wordt. Daarom zal op gezette tijdstippen een circuspaard gitaar spelen, terwijl haar berijder zal jodelen.

Amsterdam heeft de luxe om van de hoofdbibliotheek een markt te maken omdat de stad op andere plaatsen volwaardige bibliotheken heeft –en daar is in Gent geen sprake van. Om de bibliotheekwerking van Amsterdam te evalueren en als voorbeeld te nemen, moet men de volledige structuur betrekken (‘men moet het volledige plaatje kennen’). In Gent is de hoofdbibliotheek tegenover de filialen dominant en dat is een volledig andere situatie dan in Amsterdam. Als de Gentse bibliotheek het concept van Amsterdam zal overnemen dan gaat ze in tegen haar eigen werking –en dus wat de bevolking nu, in de realiteit doet.

We weten dat het aantrekken van publiek dat niet bibliotheekgezind is, de bibliotheekwerking verstoort. We weten dat lawaai en storend gedrag (noem het evenementen), mensen de bibliotheek uitjagen. We weten dat de literaire cultuur niet meer de grondvestende cultuur van onze maatschappij is. We weten dat allerlei randactiviteiten, het budget bedreigen/opslorpen. We weten dat spektakel organiseren lijnrecht tegenover een bibliotheekcultuur staat. We weten dat het personeel door het management als overbodig en een last gezien wordt.

Lees –en steeds opnieuw Bertold Brecht.

De werkvloer weet dus dat de bibliotheek haar eigen leners moet soigneren en –voor alle duidelijkheid- dat is het tegenovergestelde van attaqueren. Als Gent voor de hoofdbibliotheek het concept van Amsterdam overneemt en de eigenlijke bibliotheekwerking (het uitlenen van boeken, het werken rond boeken, het in stand houden van kunst, cultuur en wetenschap) daardoor afstoot, dan heeft de Gentse bevolking geen alternatief. Er zijn daar namelijk, buiten de hoofdbibliotheek, geen volwaardige openbare bibliotheken.

Maar zal men zeggen in Gent: wij doen én-én. Niet of-of.

Ja-ja.

Comments [0]

zonder beeld

Comments [0]

de bibliotheek van de 21ste eeuw. in gent (9)

Wat voorafging. Gent vergelijkt zich niet langer met Antwerpen maar met de wereld. Seattle, Reykjavik, Stuttgart, Amsterdam-Zuid, Granada, … kijken dan ook reikhalzend uit naar de bibliotheek van de 21ste eeuw. Er is geen ernstig mens die weet hoe de bibliotheek er binnen 10 of 15 jaar zal uitzien. In Gent echter, daar gebeurt het. ‘We zijn goe bezig’.

Net zoals de producteconomie is ook de culturele wereld op zoek om het publiek te verbreden. De bevolking wordt opgedeeld in groepen (doelgroepen, sic) en er wordt een strategie bepaald om de groep te bereiken en het gedrag ervan te veranderen. De culturele wereld is echter een omgekeerde: er wordt niet alleen iets aangeboden maar er is de strikte voorwaarde aan gekoppeld dat het publiek ook zelf iets moet doen. Een muziekstuk moet niet alleen beleefd worden maar ook geanalyseerd en doordacht. Een bibliotheek mag dan verschillende doelgroepen uitnodigen, ze moeten wel een boek lezen.

In de Antwerpse Augustijnenkerk kun je op een schrijnende manier zien hoe een enthousiasteling zich vergaloppeert. Reeds aan het portaal word je wijsgemaakt dat ‘God de DJ van je leven is.’ Kan men zich voorstellen dat iemand zich wendt tot de DJ van dienst en zegt ‘DJ, ontferm u over ons’. Taalgebruik heeft een impact –en onthult ook veel over de leugenachtigheid. Je kunt je voorstellen dat men een werkgroep heeft opgericht en zich de vraag gesteld heeft hoe men de jeugd kan bereiken. De vraagstelling roept een geijkt antwoord op. Het werken met doelgroepen heeft echter consequenties voor de zaak zelf: niet langer staat deze centraal (‘laat de kinderen tot mij komen’) maar het zijn de doelgroepen die nu het belangrijkste worden en niet alleen de communicatie bepalen maar ook het onderwerp zelf vormen (‘parels voor de zwijnen’).

Doelgroep? Maar dan moeten we toch bij het voetbal zijn –of beter ‘de voetbal’.

En troost wil ik schenken. Wie gedacht heeft dat alles zal veranderen, dat niets blijft, die krijgt ongelijk. Ook de 21ste eeuw getuigt van smakeloosheid, amateurisme en scheefheid.

Dat men in culturele instellingen verschillende soorten publiek binnenhaalt, is niet noodzakelijk slecht. Wat waardevol is, moet niet alleen beschermd maar ook levendig gehouden worden. In het geval van de bibliotheek zijn de sector zelf en de politiek nog altijd van mening dat ‘de’ cultuur dezelfde is als vijftig jaar geleden. Dat is niet meer zo: de bibliotheek is in de consumptiemaatschappij getrokken en heeft haar culturele zending verloochend.

Het maatschappelijke wordt door de politiek opgelegd. Net zoals men de lokale voetbalploeg wil promoten om een gemeenschapsgevoel te creëren, wordt de culturele sector gebruikt om een lokalisme (naar analogie van nationalisme) ingang te doen vinden. Uiteraard staat dit haaks op elk cultureel en moreel inzicht. Het zegt veel over de status van de culturele sector dat ze zich op deze manier laat gebruiken. Het gaat om zilverlingen, aanzien, macht en vernietiging. Dit is hoe de verrechtsing dagdagelijks werkt, hoe het nationalisme ons denken, ons handelen vergiftigt.

De contradictie is, dat deze cultuur geen bindend maatschappelijk element meer kan zijn omdat de status van het boek en de bibliotheek, van kennis en cultuur totaal veranderd zijn. Niet alleen wordt de bibliotheek (maar dat geldt ook voor de hele culturele sector) misbruikt door de politiek, ze wordt ook verkeerd gezien. Noch de bibliotheek, noch de cultuur kan wat de politiek verlangt.

Wat echter wel een direct en nefast gevolg van de doelgroepenpolitiek is, is dat het ‘natuurlijke’ publiek afgestoten wordt. Wat de bibliotheeksector een ‘verwendag’ noemt, is dat voor de modale gebruiker al lang niet meer. Nog liever zelf een boek kopen dan die idiotie te moeten aanzien.

         
Click here to download:
de_bibliotheek_van_de_21ste_ee.zip (213 KB)

Comments [0]

de triestheid van het graf

‘De avond valt over onze aarde, de maan is vol.

De zon ging rood als bloed onder, een flonker op goud.

Het groene verwoeste park zwart. Kom nu, misschien, hier.’

(‘Amis venez encore nuit’, Christine D’haen, Innisfree, 2007)

Comments [0]

spartelend stuiptrekkend

Comments [0]

isolationisme

Nieuws op de radio –dus ook op Klara, de zender die van zichzelf zegt dat hij kwaliteit brengt. ‘Op de shortlist voor de AKO-literatuurprijs staat één Belg, Erwin Mortier met zijn boek ‘Godenslaap’. […] De andere vijf auteurs zijn Nederlanders. […]’

De namen van die vijf Nederlanders vernemen de luisteraars niet. Er is immers een Belg genomineerd. Tiens, een Belg, nu eens geen Vlaming. Dan kan dit niet anders betekenen dan dat het Nederlandse persbericht en zijn verwoordingen overgenomen is.

Men doet nog alsof Nederland en Nederlandstalig België één literair gebied zijn (op het vlak van de andere kunsten is dat al lang niet meer het geval) maar in werkelijkheid zijn het twee verschillende landen. Dit wordt nog enigszins in stand gehouden omdat Vlaanderen nog steeds gevoed wordt door overjaarse romantiek en omdat er een potentieel economisch afzetgebied is.

Comments [0]

poecke & van baveghem (1)

Poecke en Van Baveghem staan in een lange gang. Constant passeren hen mensen. (Plots kan er een wind opsteken, dan staat de gang op een weide.) Ze staan er alsof ze een pijl uit een boog zullen wegschieten. De linkervoet naar voren, de top wijst naar rechts. De rechtervoet staat klaar om rovers te vatten. Ze houden evenwicht, het bekken en de benen blijven onbeweeglijk, het is het bovenlichaam dat draait alsof er scharnieren zijn. Het bewegende deel helt wat naar voren, onbewust spelen ze de stier. De kin steekt wat naar voor, de lippen zijn los van elkaar, de onderlip staat verder weg van de tanden dan de bovenlip. Ze zijn gekleed zoals ze gekleed moeten zijn. Ook als ze zitten, nemen ze dezelfde houding aan. Als ze telefoneren houden ze hun elleboog horizontaal: de elleboogpunt is de uiterste grens van hun lichaam. Terecht, ze spreken niet met hun elleboog. Als ze auto zouden rijden, houden ze hun stuur niet vast: ze leggen hun handpalm op het stuur. Hun toon is altijd gewichtig. Ze zijn positief en staan in de wereld. Achter elke zin komt een uitroepteken, hun mond is een constante grijns.

Poecke: Het is onze passie

Van Baveghem: We hebben alles onder controle

Poecke: We zijn als de vliegveldleiders op het vliegveld van het leven: alert, secuur, oplettend getuur

Van Baveghem: We doen het steeds opnieuw, voor u, voor ons

Poecke: Voor samen allemaal!

Van Baveghem: Samen

Poecke: Sterk! Wat een merk!

Van Baveghem: We gaan altijd diep

Poecke: En zijn toch goedkoop.

Comments [0]

anri sala - finding the words

Museum Brandhorst in München is het zoveelste museum dat gebouwd is om een privécollectie te tonen. In dit opvallend gebouw van Sauerbruch Hutton Architects, wordt nogmaals getoond hoe belangrijk Andy Warhol was voor het naoorlogse Duitsland. Op de bovenste verdieping liep er deze zomer een tentoonstelling van Cy Twombly: immens grote schilderijen van rozen, als bijschriften literaire teksten. Overdonderen wil men en toch loop je ongedaan voorbij dit werk. De doeken hebben geen finesse of kracht, ze imponeren enkel door kleur en grootte. De relatie tussen teksten en beelden is te zwak. De teksten zijn steeds anders, zoeken andere betekenissen, functioneren in een geheel (het gedicht, een cultuur). De schilderijen herhalen steeds dezelfde vormen en bewegingen.

Er was ook een video van Anri Sala te zien. Hij is in 1974 geboren in Albanië. Zijn video ‘Intervista’ (‘Finding the words’) is een schrijnend voorbeeld van ideologische verdwazing. Sala vond in zijn ouderlijk huis een video waarop zijn moeder (als jong meisje) geïnterviewd werd. Er was enkel beeld, geen klank. Hij vraagt zijn moeder wat ze zich daarvan nog herinnert. Zij spreekt van een jeugd, van een verleden, van idealen. Zij verdedigt min of meer de communistische ideologie: er waren goede bedoelingen. Sala blijft geïntrigeerd door de beelden en hij neemt contact op met iemand die kan liplezen. Hij confronteert zijn moeder met dit resultaat. Zij is ongelovig: ‘Dit kan niet, heb ik dit gezegd? Maar dit is complete nonsens, deze woorden hebben geen enkele betekenis.’ (Uitspraken als ‘de internationale solidariteit, de toekomst is aan de vooruitstrevende jeugd, we volgen het voorbeeld van het centraal comité, enz.) Het zijn kreten die aan elkaar geregen worden, woorden en begrippen die in de hersenen blijven hangen en bevestigen dat de geïnterviewde uit het goede hout gesneden is. In de video is ook een ouder koppel te zien: ooit behoorde het tot de partijtop maar later in ongenade gevallen. Man en vrouw geven commentaar op de leden van het partijbureau. Uiteraard zijn ze negatief maar ooit hebben ook zij behoord tot die top en hebben ook zij de daarvoor noodzakelijke woorden gesproken.

Elke tijd en elke plaats hebben een eigen woordenschat. Soms vallen de woorden en de dingen samen. Soms scheiden kloven en kolkende rivieren beide. Op zoek gaan.

Comments [0]