sfcdt’s posterous

 

joke gaat naar de bibliotheek

O, o ik ben zo popelig zenuwachtig. Deze sectie van de bibliotheek staat alfabetisch geordend. Ik weet dat uit helemaal mezelf!

Hier is de A. Ho een boek van Apse, pardon Aspe. Hé, ‘Misleid’. Dat is tenminste een schrijver die trots is op zijn streek en taal. En dus op zijn volk. Een titel in dialect. Het Vlaomsch zal de wereld nog veroveren!. Na de letter A komt de B. Dat is niet moeilijk want we spreken van het ABC. Sommigen denken dat vrouwen niet logisch kunnen denken, maar daar ben ik dan toch wel het tegenbewijs van. Heb je eenmaal de B gevonden dan is het duidelijk, daar komt de C van Ernest Claes en Hendrik Conscience. En ook nog van die vuile schrijver.

Nu ik hier ben, krijg ik toch wel fantastische ideeën. Zou het niet gemakkelijker zijn om de boeken op voornaam te rangschikken? Dat moet ik voorleggen op de volgende vergadering. Ja, ze zullen nog verschieten van mijn daadkracht. En mijn vernieuwende inzichten helemaal tot in de 21ste eeuw.

Nu maak ik een reuzensprong. F van Flurk! G van Gezelle die ik hier nergens vind. Ha, een argument. Guido is zijn voornaam en Gezelle is zijn familienaam en beide namen beginnen met een G. Zie je wel dat die omschakeling van familie- naar voornaam gemakkelijk zal gaan. Ik zie het al helemaal voor me. Dan de H en de J, de K van Kafka! Bafta! De M van miauw. De N! Hier ben ik dan! Nabokov, Naipaul, Némirovsky, -wat een vreemde namen allemaal- Nooteboom.

!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Zeg, de boeken van de grote schrijver die mij uren leesplezier bezorgt, Jef Nys, de schepper van onvergetelijke figuren, de verdediger van de Vlaomsche volksaard, de onovertroffen tekenaar, de coiffeur van tijdloze modellen, de ware maestro-figaro, de spitsvondige intellectueel, de voorvechter van vrouwenrechten, de fijngevoelige humorist, hij die ons volk verschoven heeft naar boven … die staan hier niet! Wat een schande, wat een verspilling! Wat moet ik heden avond lezen?

Maar wat is dat? Hebben jullie dat ook gehoord? Hebben jullie die horen vallen?! De gouden frank! De zware frank! Mijn eigen frank! De hoofdfiguur is Jommeke! En de voornaam van de grote schrijver is Jef! Nu ben ik weer helemaal mezelf overtuigd.

Comments [0]

het meten

Comments [0]

ppp

Er zijn schrijvers die een boek trouw blijven. In ‘Koetsier Herfst’ verwijst Charlotte Mutsaers naar een scène in ‘Moby Dick’ van Herman Melville. Hoe twee mannen in bed kruipen en de vreemdheid van twee culturen. Haar verhaal is ook te lezen als een omgekeerde jacht: niet meer gevangen nemen en doden maar bevrijden. In 1983 verscheen van haar ‘Het circus van de geest’, een bundel emblemata. Een van de prenten verwijst naar Moby Dick.

Volgende week verschijnt van haar bij Druksel ‘Slagboom in bloei’, nieuwe gedichten. De geest van Melville, zwevend over de wateren.

In de Oostendse ‘Venetiaanse Gaanderijen’ is vanaf 1 november een tentoonstelling aan haar literair en beeldend werk gewijd. Er verschijnt een schrijversprentenboek: ‘Paraat met pen en penseel’.

Comments [0]

waan

Men heeft de illusie dat men het één kan hebben én ook het andere. Het wordt gestimuleerd dat instellingen samenwerken. Een plus een is drie. Samenwerken is kosten besparen, is personeel afdanken. Waar gaan al die winsten naartoe?

Toch is samenwerking een waan. Wie koffie met kunst samenbrengt, krijgt geen kunstzinnige koffie maar koffiekunst. Neem de zogenaamde kwaliteitskranten ‘De Standaard’ en ‘De Morgen’. De eerste werkt samen met ‘Het nieuwsblad’, de tweede met ‘Het laatste nieuws’. Wie wordt anders? Het zijn de zogenaamde kwaliteitskranten die sensatiekrant worden. Wat is de winst?

Omgekeerd: het is alsof men zou kunnen zeggen, ja, de hoofddoek wil ik wel, maar niet de rest.

Zo is het ook met de media. Marshall McLuhan. Publiceren op het internet is iets anders dan publiceren in een boek. Het medium bepaalt de inhoud. Een lange blog wordt niet gelezen.

Een Powerpointpresentatie is nu eenmaal de dildo voor en van de intellectueel onmachtigen. Merkwaardig ook hoe in het begin Powerpoint gebruikt werd om een structuur aan te geven. Nu vormen de dia’s de inhoud zelf. En een dia kan nu eenmaal geen gedachteconstructie weergeven. Wat moet je doen als je uitleg moet geven? Je werkt met kleurtjes, je toont een tekening. Je houdt het simpel. Als het gehoor simpel is, onthoudt men van het simpele het aller-simpele.

Comments [0]

aankondiging mit press - jan lauwereyns

The Anatomy of Bias
How Neural Circuits Weigh the Options

I will recklessly endeavor to scavenge materials from these various fields with the single aim of producing a coherent, but open-minded account of attention, or bias versus sensitivity, or how the activities of neurons allow us to decide one way or another that, with a faint echo of Hamlet in the background, something appears to be or not to be.

—from The Anatomy of Bias

In this engaging, even lyrical, book, Jan Lauwereyns examines the neural underpinnings of decision-making, using "bias" as his core concept rather than the more common but noncommittal terms "selection" and "attention." Lauwereyns offers an integrative, interdisciplinary account of the structure and function of bias, which he defines as a basic brain mechanism that attaches different weights to different information sources, prioritizing some cognitive representations at the expense of others.

Lauwereyns introduces the concepts of bias and sensitivity based on notions from Bayesian probability, which he translates into easily recognizable neural signatures, introduced by concrete examples from the experimental literature. He examines, among other topics, positive and negative motivations for giving priority to different sensory inputs, and looks for the neural underpinnings of racism, sexism, and other forms of "familiarity bias."

Lauwereyns—a poet and essayist as well as a scientist—connects findings and ideas in neuroscience to analogous concepts in such diverse fields as post-Lacanian psychoanalysis, literary theory, philosophy of mind, evolutionary psychology, and experimental economics. With The Anatomy of Bias, he gives readers that rarity in today's world of proliferating and ever more narrowly focused technical research papers: a work of sustained, rational thinking, elegantly expressed.

Jan Lauwereyns is Associate Professor at the School of Psychology at Victoria University of Wellington, New Zealand. He has published articles in journals including Nature, Journal of Neuroscience, and Trends in Cognitive Science as well as poetry, fiction, and essays.

"Jan Lauwereyns brings together concepts that are generally treated as disparate, and traces the historical evolution of their relation to one another and to current research. The significance of this contribution will be partly as a stimulus to new ideas (for my own part, reading this book prompted a great deal of thought—not just about relationships between concepts, but ideas for possible new experiments), as well as its achievement in situating current ideas about decision firmly in their historical intellectual milieu. Anatomy of Bias is the kind of book that will change people's thinking—and lives."
—R. H. S. Carpenter, Professor of Oculomotor Physiology, Department of Physiology, Development, and Neuroscience, Cambridge University

Comments [0]

javier marías lezen (3)

Het verhaal van ‘Jouw gezicht morgen’ is simpel. De hoofdpersoon, Jaime Deza, is een Spanjaard die in Oxford les gegeven heeft –het verslag van wat hij onderwees, is bijwijlen hilarisch- wordt gerekruteerd door een Engelse geheime dienst. Hij heeft de gave in de toekomst te kunnen kijken (Jouw gezicht morgen). Zijn inzichten zijn goud waard: ze laten zien wie te vertrouwen is, op wie men kan steunen. De paradox van deze trilogie is nu juist dat Marías ons toont hoe weinig we het leven in eigen handen kunnen nemen. Laat staan dat van anderen. De trilogie is een groot ‘memento mori’ want ook de dood is in het gezicht te lezen. “Hij stierf zoals iedereen met zand in zijn ogen, zonder ooit voldoende te weten, en juist dat brengt ons ertoe hen allemaal te beklagen en te beschouwen als arme mannen en arme vrouwen, arme volwassen kinderen, arme duivels.”

Er zijn –net zoals in zijn andere romans- voortdurend verwijzingen naar Shakespeare. Marías weet nog wat een norm is.

Dichtheid, intensiteit zijn kenmerken van Marías’ stijl. Hij schrijft met plezier stapelzinnen waarin een kat haar jongen niet zou terugvinden. De hoofdperson zegt over zijn baas (het is Marías over zichzelf): “[…] dat hij van een hoofdzaak overging op een bijzaak en van de bijzaak op een tussenzin en van de tussenzin op een terzijde, en dat hij, […], nooit terugkeerde van zijn eindeloze zijpaden, […]”.

Hij verzint mogelijke situaties, hij spint die uit en lardeert ze met anekdotes om te kunnen concluderen (bijvoorbeeld): ‘ja, zo zou het kunnen’ of ‘nee, zo zal het niet zijn’. De lezer wordt daardoor de hele tijd op het verkeerde been gezet en moet naar adem happen/bij de pinken blijven. Marías is zich bewust van alle mogelijkheden en door die op te sommen creëert hij een warnet. Hij zet schijnbaar causale verbanden op waarvan het resultaat duisternis is. Wat is waar, wat is verzonnen, wat is mogelijk en onmogelijk? Hij zoekt verbanden, lijnen, duidelijkheid en wat hij in handen houdt is slechts een prop watten.

Het is vandaag de dag zeldzaam geworden dat een romanschrijver zoveel vergt van een lezer. Niet alleen de omvang van deze trilogie gaat in tegen de tijd maar ook het leesproces doet dat. Het is daarom niet te verwonderen dat er nauwelijks iets (niet-Spaanstalig) te vinden is over dit werk. Iemand zou zich een maand met dit werk kunnen bezighouden om dan met zeer veel voldoening een artikel te publiceren.

Een belangrijk schrijver componeert niet alleen zijn werk maar hij zorgt er ook voor dat er zinnen zijn die beklijven, dat het werk ideeën heeft en daarom een morele betekenis krijgt. Marías ontpopt zich meer en meer als een knorpot die de tijd hekelt. Hij spreekt over de dictatuur van de niet-rokers (een groot schrijver mag 1 zwakheid hebben), over de oppervlakkigheid en de regelrechte domheid van de tijdgenoten. Hij klaagt over het lawaai en het prietpraten. Hij beschrijft de teloorgang van een cultuur.

Hij is een scherp observator. “Al heel lang had ik niemand dat gebaar [twee handen die in de lucht een vrouw tekenen door de welvingen uit te beelden) zien maken, ook gebaren raken in onbruik, net als woorden, […].”

Javier Marías stelt zich elitair op (“deze ongeletterde tijd”). Hij kijkt neer op domheid, op pretentie, waan en eigendunk. Hij ziet de gedachtelozen rondom hem.  “De meeste mensen ontkennen het bestaan van toeval, ze verfoeien het, de meeste mensen zijn dom. […] Het gepeupel wil overal een verklaring voor hebben.”  “Pas op latere leeftijd verlaten ze [de meeste mensen] die kleuterschool. En zoals u zojuist hebt gezegd: als ze die al verlaten.” “De mensen geloven wat ze willen geloven, en daarom is het zo logisch en gemakkelijk dat alles zijn tijd heeft om geloofd te worden.”

Hij spreekt over het gif van de beeldcultuur, de sentimentaliteit. Hoe de mens veranderd is: “[…] leeftijd fungeert niet meer als rem voor wat dan ook, die heeft alle gevechten tegen de mode en de ijdelheid verloren). Het maakte dat hij er pooierachtig uitzag, […]”

Omdat hij het heeft over verbanden tussen mensen en dingen, tussen ideeën en handelingen, tussen vermoedens en waarheid, spreekt hij ook over relaties –niet alleen over liefde. Het vraagstuk van de oude relaties, hoe die te integreren in het verdere leven en waarom die niet kunnen heropgenomen worden.

Het laatste deel van het derde deel ‘Afscheid’ gaat over de taal. Hoe de woorden onduidelijk kunnen zijn, hoe ze overdrachtelijk zijn maar dat de daad die er uit volgt, eenduidig moet zijn. Marías toont aan hoe taal en kennis met elkaar verbonden zijn en hoe de taalverloedering de dwaasheid ontketent. Zijn boek is niet alleen analyse maar ook woede. Woede omdat mensen (en schrijvers) zichzelf vernederen, woede omdat in deze tijd het leven van een mens onmenselijk geworden is. “Onze tijden zijn nietszeggend, aanstellerig, echt hypocriet geworden. Niemand wil iets zien van wat er te zien is, men durft niet eens te kijken en nog minder een gok te wagen, risico te lopen, voorzorgen te nemen, te voorzien, te oordelen, en helemaal niet voortijdig te oordelen: dat is een geweldige belediging. […] Niemand wil weten […] een morele angst.”

En iedereen die –zoals iedereen- een idioot boven zich heeft staan, kan deze zin beamen: “Onze wereld is slecht geordend en onrechtvaardig en corrupt, aangezien ze toestaat dat er mensen onder zo’n grote eikel staan.”

Comments [0]

javier marías lezen (2)

En toen kwam voor het eerst … - en … - de gedachte … , maar …, … en …, zelfs …- of …, alsof … - me vertelde  dat …, tamelijk … en toen …, ofschoon … : …, …, … en … of … (…); dat … waardoor … en … waarvan … en of … misschien …, misschien …, geen van beide … ; hoewel … die …, direct …; ja, …, …, … en …, met …, alleen was dit …, het … en … , tegelijk … en …, het contrast markerend, zich …, … en …, naar … en …, en ….(Gif en schaduw en afscheid, vertaling Aline Glastra van Loon, Meulenhoff 2009, p. 56-57)

Een typische zin van Javier Marías waarin je verdwaalt, waarin je zwelgt. Een zee van woorden waar alles correct is. Een zin als een uitzonderlijke gedachte, een idee als architectuur. De durf te spreken, zich te vermeien in details en uitweidingen. Het denken als een wandeling. De esthetica van de schrijver.

Deze zin handelt over de dij van een vrouw. Wat de werking van een gat in een nylonkous is. En de mogelijkheden.

Comments [0]

javier marías lezen (1)

In NRC-Handelsblad (26/06/09) zei Javier Marías: “Steeds meer ontwikkelen we ons tot een maatschappij van minderjarigen: we gedragen ons onverantwoordelijk, verwachten van anderen dat ze besluiten nemen en hebben een overdreven wens tot bescherming door de staat.”
[…]
„Een paar jaar geleden werd een aantal investeerders gedupeerd in een fraudezaak. Dat is pech, die dingen gebeuren nu eenmaal. Maar wat blijkt? Ze eisen hun geld terug van de regering. Wat heeft die ermee te maken? Die mensen hebben doelbewust een risico genomen. Dit is alsof een pokerspeler bij de staat reclameert.
„En om op de angst terug te komen: er is niets eenvoudiger dan bij kinderen angst te voeden en dat is wat veel regeringen nu doen. Iets van die gedachte wilde ik in het boek hebben.”

Het boek is de trilogie ‘Jouw gezicht morgen’. Cultuur bestaat slechts door intelligentie. Je weet dat je dit boek moet aanprijzen (dit is literatuur) en tegelijkertijd weet je dat dit boek ongelezen zal blijven. Niet passend in deze tijd want handelend over het nu. Teveel hersenen, teveel spinsels, teveel intelligentie. Het besef van superioriteit.

Comments [0]

bully

In juni 2008 verscheen bij Mercator Press het boekje ‘Bully’. Het bevat één zin van Richard Dawkins uit zijn boek ‘The God delusion’: ‘The god of the old testament is arguably the most unpleasant character in all fiction: jealous and proud of it, a petty, unjust, unforgiving control-freak, a vindictive, bloodthirsty ethnic cleanser, a misogynistic, homophobic, racist, infanticidal, genocidal, filicidal, pestilential, megalomaniacal, sadomasochistic, capriciously malevolent bully.’

Dit atheïsme lijkt uit de tijd te zijn: de godskwestie is niet meer relevant. Voor gelovigen bestaat ‘er nog wel iets’ maar dit wordt zelden nog gekoppeld aan een persoon. Zelfs theosofen, steinerianen, holosofen en andere Leuvense stoven hebben de abstrahering van het modernisme aanvaard.

Het grote probleem voor elke godsdienst was het bestaan van het kwade: de zondige mens, de misdaad, het kwaad van de duivel. Hoe kon een ‘goede’ God het kwaad toelaten? Hoe kon het dat goede mensen gestraft werden?

Vandaag de dag is deze vraag minder relevant omdat de god geen persoon meer is en de natuur wordt niet meer –tenzij bij romantici- als een direct instrument van de god gezien. Een mens wordt niet door ziekte getroffen omdat hij slecht gehandeld heeft. De natuur is blind maar heeft geen bedoeling. Darwin heeft ons veel geleerd, de mensheid gaat er op vooruit.

Wat de kwestie van goed en kwaad was voor de gelovigen, is het dierenvraagstuk voor de ongelovige. Het atheïsme is geworteld in het materialisme, heeft een biologische basis en een egalitaire visie.

De mens is niet langer de kroon op de schepping maar een wezen dat toevallig dit geworden is. Intelligentie en rede zijn geen absolute begrippen die de mens duidelijk van ‘het’ dier scheiden. Er is een continuüm. Begrippen als vrijheid en vrije wil zijn nogal loze begrippen. Determinisme past de mens beter. De mens is een levend wezen onder de andere wezens en hij is in de eerste plaats een biologisch wezen. Hij wordt bepaald door zijn lichaam, chemie. Er zijn processen die hem sturen, ervaringen die neergelegd zijn in de hersenen. Als biologisch wezen staat de mens aan de top van de voedselketen: hij eet dus wat ‘lager’ dan hem staat. Ook dieren.

Maar dieren zijn zijn ‘broeders’ –want ze leven en het leven is het gelijkmakende principe. Geen vlees eten gaat dus in tegen atheïstische principes. Het is de cultuur die zegt dat vlees eten ongepast is.

Comments [0]

ellendeboeken

Er is veel ellende in de wereld. Sommige boeken vergroten die.

Ronne van den Hurk is ‘gediplomeerd natuurgeneeskundige en medisch astrologe. Zij is eigenaar van het in 1999 opgerichte bedrijf Magna mater, en geeft sinds enkele jaren met veel passie workshops en lezingen over fonoforese. Dit [fonoforese: helend werken met stemvorken] is het eerste boek over fonoforese in Nederland.’ Dit is een deel van de flaptekst van genoemd boek. Hier lezen we: ‘Het grootste deel van ons bestaan leefden we in echter in een matriarchale samenleving.’ In die maatschappij was het oor dominant, in een patriarchale is het oog dominant. Verder komen we te weten dat Venus zich bevindt op 221,23 Hz en Mercurius op 141,27 Hz. De werking van Venus is het vrouwelijk principe in ieder van ons stimuleren maar ook de creativiteit en de evenwichtige suikerhuishouding. Hoe werkt dit nu: ‘De eenvoudigste manier om stemvorken te gebruiken is door ernaar te luisteren.’ (p. 87).

Bij de VUBpress is het boek ‘De kunst buiten het zelf te treden: naar een spiritueel atheïsme’ verschenen. In Vlaanderen is dit een geliefd thema. Sedert Leo Apostel mag er veel denkhutsepot geserveerd worden. Wie veel door elkaar gooit, is een diepzinnig, gefronsd denker. Terwijl in Amerika het humanisme een uitgesproken atheïstische variant aan het worden is, is men hier nog altijd gegrepen door de kerktoren en blijft men in metafysica geloven.

Dan kan men zinnen lezen als ‘Het beleven van en het zoeken naar spiritualiteit eindigt nooit in één vast gegeven, in een zekerheid, maar blijft het karakter van een ‘queeste’ behouden. Spiritualiteit ontwikkelt mee met de persoon en kan zo een zekere maturiteit behouden.’

Of ‘Spiritualiteit is geen abstractie, geen pure idee, maar bestaat slechts als expressie, ingebed in verschillende domeinen van activiteit, die als evenveel geïnstitutionaliseerde referentiekaders fungeren, met hun eigen objectieven en thema’s.’

Of ‘Wat is dan de plaats van spiritualiteit? Dit is een moeilijke vraag. […] Spiritualiteit is volgens mijn beste begrijpen wat Leo Apostel goed aanduidt als een methode of techniek om afstand te nemen.’

Spiritualiteit kan zo of zo, maar ook dit en dat en toch ook klap en plop maar toch weer niet, op die manier of toch, als het anders gezien wordt.

Comments [0]