homeros (2)
De held Hector is van zijn avonturen teruggekeerd. Als enige. Hij heeft het overleefd. Hij wel. Zijn makkers zijn door zijn roekeloosheid gestorven, omgekomen, vermoord, opgegeten. Na enig strategisch gepalaver met de godin Athena, vermoordt hij de ‘vrijers’ van zijn vrouw Penelope. ‘Vrijers’ heeft in deze context een negatieve klank. Onterecht, want vanuit hun standpunt dingen ze naar de hand van een weduwe. En dan komt er een passage waarin Hector, de held en de lieveling van sommige goden, als slachter gekarakteriseerd wordt. Epheites, vader van Antinoös –één der gedode ‘vrijers’-, spreekt op het marktplein de bevolking van Ithaca toe: ‘Ik verklaar die onmens Odysseus tot een vijand van het volk. Waar zijn de dappere strijders die hij meenam? Verdwenen, net zoals onze degelijke schepen! En nu hij hier terug is, vermoordt hij de bloem der natie.’ Hij roept zijn medeburgers op Hector te vermoorden. Dat gebeurt niet. Epheites wordt vermoord door de vader van Hector, Laërtes. Helemaal op het eind van het epos, horen we eindelijk de stem van het volk, de rechtvaardigheid. Een stem van vrede én wraak. De opstand wordt in de kiem gesmoord en de ideologische reden is dat Hector slechts handelde op aanwijzen van de goden. Dat maakt het werk van Homeros ons zo vreemd: er is een begin van individualiteit maar die wordt overweldigd door de luimen der goden. De mensen handelen zoals de goden het willen. Maar ook de goden moeten de besluiten van Zeus volgen. En uiteindelijk volgt ook Zeus slechts. De goden koelen hun woede op de mens, ze werken elkaar tegen terwijl ze toch weten dat ze het onderspit zullen delven. Er is geen vrije wil –soms gaat iemand wel in tegen de besluiten van een god -met rampzalige gevolgen - - en dus –zegt de traditie- ook geen moraal. Wat niet klopt. Uiteraard is de vrije wil onbestaande en toch is er een moreel besef. Het ethisch systeem van de homerische tijd is in het Westen veranderd. Van heteronomie naar de Westerse autonomie. De eerste is een primitievere moraal –begrippen als respect en eer staan centraal. De tweede bouwt een ethisch systeem op vanuit de individuele rede. Kinderen van Kant. In het eerste geval gaat het hoe zich te gedragen uit van een gemeenschap (nog geen natie), in het tweede geval gaat de dwang uit van het individu naar de maatschappij. De laatste richting geeft de mogelijkheid om formeel te werken en daardoor is de individuele vrijheid mogelijk gemaakt.

Comments [0]