sfcdt’s posterous

 

wat een geluk

Men denkt voor ons. Talloze voorbeelden. Nu slechts twee.

De geruststelling dat de politiek voor ons zorgt en met ernstige problemen bezig is. Overbevolking, milieu-overlast, vernietiging van menselijk kapitaal en mogelijkheden, enzovoort. Minister Milquet meldt dat de Belg gehecht is aan zijn wit-rode autonummerplaat en de Europese nummerplaat verwerpt. Iedereen weet dat de Europese norm werkelijkheid zal worden maar de politiek vindt blijkbaar wel de tijd nuttig om daarover te discussiëren en dat is dus belangrijker dan de kromtrekking van deze maatschappij.

Béa Ercolini, directrice van Elle België/Belgique verklaart over geretoucheerde foto’s : ‘Trouwens: onze lezeressen verwachten dat ook. Als wij niet-bijgewerkte foto’s publiceerden, dan zouden onze lezeressen de eersten zijn om te klagen.’

Overal denkt men voor ons. Maar in de cultuur zijn de ‘poortwachters’ overbodig geworden –en het argument daarvoor is dat er nergens nog poortwachters zijn.

Comments [0]

robert darnton (2)

De eerste zin van de ‘Introduction’ bij ‘The case for books’ van Robert Darnton, luidt: ‘This is a book about books, an unashamed apology for the printed word, past, present, and future.’

In Heerlen staat een bibliotheek. Op de website van de bibliotheek staat: ‘De bibliotheek van nu is niet meer de bibliotheek van toen. Er is de afgelopen jaren heel erg veel veranderd. De belangrijkste oorzaak hiervoor is onze samenleving, die in hoog tempo verandert. Voor de bibliotheek heeft dit grote gevolgen, zowel voor de organisatie, voor de medewerkers als voor het dienstenpakket. Het beeld van een behoudende dienstverlener is voorgoed voorbij. De bibliotheek is juist flink in beweging voor u en voor jou! […] Ook boeken! Natuurlijk kunt u in de bibliotheek boeken lenen en surfen op internet, maar er is veel meer: […] En dan vermeldt men dat je boeken kunt lenen en informatie opzoeken.

In Arnhem staat een bibliotheek. Men noemt zichzelf een beleefbibliotheek. Er is een ‘wolk’ waar je op sommige (!) woorden kunt klikken. Je klikt op ‘geloven’ en er verschijnt (o.a.):

‘Antisemitisme, van alle tijden

Atheïsme, een goddeloos geloof?

Boodschappers van God: engelen

De Dode Zeerollen, het mysterie ontsluierd’.

Je klikt er op en je krijgt catalogusinformatie. Nog afgezien van wat de meerwaarde van dit soort bedrog is, gaat het vooral over de presentatie van de inhoud. Men doet alsof engelen bestaan, men doet alsof antisemitisme van alle tijden is, men doet alsof er een mysterie is en men vraagt zich af of het atheïsme ook geen geloof is. Dit is zwartgekleurde informatie. Dit is de domheid die een collectie ontsluit.

In Delft staat de hipste bibliotheek. Er is terecht al wat te doen geweest rond het interview van de directeur Eppo van Nispen tot Sevenaer (de woordgrap is hier evident): http://www.volkskrant.nl/kunst/article1306911.ece/Bibliotheek_moet_losraken_van_boek. Hoe beschaamd men moet zijn om als personeelslid van dit soort onzinverkopers door het leven te moeten gaan.

Het gelijk van McLuhan.

Nederland is geen uitzondering. Maar de grofheid heeft soms voordelen: men zal nooit moeten zeggen, dat men het niet geweten heeft. Ook hier.

Zo komt het woord ‘unashamed’ bij Robert Darnton in het juiste licht te staan. Zij die de boekcultuur zouden moeten verdedigen, zijn de vernietigers ervan. Hedendaagse bibliotheken verontschuldigen zich nu dat ze ook of nog boeken aanbieden en uitlenen. Men is zich echter aan het voorbereiden om zich van de boeken te ontdoen. En tegelijkertijd van het personeel. Dit is de zelfhaat van het Westen, het antihumanisme.

Er is ook een tweeslachtigheid te bemerken bij ‘boekenliefhebbers’. Men hoort juichende kreten bij het openen van een nieuw bibliotheekgebouw. Dit komt omdat het boek omgeven is met sentimentaliteit: men heeft meer aandacht voor het ding, de accessoires dan voor de inhoud van het boek zelf. De boekcultuur –de cultuur die met en rond het boek verwezen zit: het gedrag, het denken, de aspiraties- wordt losgekoppeld van het ding. Zowel de economische wereld als de culturele halen inhoud en vorm uit elkaar. Daarom wordt nieuwe architectuur toegejuicht.

Maar elke opening van een nieuw bibliotheekgebouw, is de vernietiging van de bibliotheek.

Comments [0]

recht

Het is 11 november 2009. Een man die dronken is en te snel rijdt, doodt twee studenten, een derde is levensgevaarlijk gewond. De nieuwslezer meldt: ‘De fietsers droegen een fluojasje’, daarmee aangevend dat de politici die met de eis rondlopen om fluojasjes verplicht te maken, idioten zijn. Mensen in uniform willen steken, is een uiting van onmacht, onwil en onkunde. Dat elke week fietsers vermoord worden, is een direct gevolg van het mobiliteitsbeleid.

De volgende dag loopt de autobestuurder vrij rond.

Iedereen voelt aan dat er een onevenwicht is in dit rechtssysteem. De woordvoerder van het Belgische gerecht zegt dat we de verhoudingen in acht moeten nemen: het was een ongeval en de man zelf is zwaar onder de indruk.

Maar als men te snel rijdt en onder invloed is, is er geen sprake meer van een ‘ongeval’, integendeel. Dit verergert de veroorzaakte dood nog. En dat het gerecht rekening houdt met gevoelens-achteraf, is ook maar in een bepaald aantal gevallen relevant.

Omdat dit rechtssysteem faalt, is het verleidelijk om naar andere systemen te grijpen.

Wordt er gestolen? Hak die handen af.

De pornoficatie van de maatschappij is stuitend. Trek een doek over het hoofd.

Het onderwijssysteem faalt. Volg privé-onderwijs.

De domheid regeert. Vernietig alle kennisinstituten. Verketter hij die denkt en spreekt. Sla er op los en dood hem dan.

Dit is de islamisering van het Westen: het is het Westers systeem dat ontspoord is en de antwoorden verbergt.

Er ís een individuele verantwoordelijkheid.

Comments [1]

oplage

‘Een wolk in broek’ van Majakovski verscheen in een oplage van 1050 exemplaren. Voor een niet-reguliere uitgeverij, de tijd, de plaats (Rusland, 1915) en de situatie een naar onze normen ongehoord getal. En wat zegt de dichter zelf? Ik citeer uit ‘Een leven op scherp’ van Bengt Jangfeldt’: ‘Maar de verkoop verliep traag; volgens Majakovski omdat ‘de meeste gedichtenconsumenten juffrouwen en dames waren, die het boek niet konden kopen vanwege de titel, [die een erotische bijbetekenis heeft].’

Comments [0]

vooruitgang

In de achttiende eeuw drukte de Leidse uitgever Elie Luzac van ‘Bibliothèque impartiale’, een geleerdentijdschrift, vijfhonderd exemplaren. Het tijdschrift kon ook over de landsgrenzen gelezen worden. De achttiende eeuw was weliswaar verlicht, maar toch.

In 1915 verschijnt ‘Een wolk in broek’ van Majakovski bij een niet-reguliere uitgeverij, nl. Osip Brik. De oplage was 1.050 exemplaren. Rusland was weliswaar een groot land, maar toch.

Gelukkig is onze tijd echt verlicht en echt groot.

Comments [0]

javier marías lezen

Comments [0]

rabelais (3)

- ‘Ik wil geheel mezelf zijn.’

- Wat is dat ‘jezelf zijn’?

- ‘Awel, mezelf zijn. Zo helemaal gans en overal tegelijk.’

Comments [0]

rabelais (2)

Bij Rabelais zien we de wording van het humanisme. Enerzijds hebben we nog de ongebondenheid, anderzijds is er een streven naar ‘fatsoenering’. Rabelais gebruikt getallen die doen duizelen. ‘Na die woorden werd het avondeten klaargemaakt en bovendien roosterde men: zestien runderen, drie (in de vertaling van J.M. Vermeer-Pardoen; bij Sandfort zijn het er vier) vaarzen, tweeëndertig kalveren, drieënzestig jonge geitenbokjes, vijfennegentig schapen, driehonderd speenvarkens, […]’. Deze getallen mogen een parodie zijn op de exacte getallen van de bijbel, ze zijn ook een uiting van ‘kinderlijke’ verruktheid om het plezier van de veelheid. Er is de vreugde om de mateloosheid van het lichaam, nooit beperken, altijd loslaten.

Maar Apollo begint toch ook zijn stempel te drukken. Hoofdstuk 23 van het boek Gargantua is een voorbeeld van hoe er moet onderwezen worden. Constant dus: het leven is er om te leren, om kennis op te doen, om gehumaniseerd te worden. Rabelais ontwerpt een nieuwe ethiek. Hij baseert zich daarvoor op ‘het juiste midden’ van Aristoteles –en staat daarmee ook dicht bij het werk van Erasmus. Men wil de excessen achter zich laten en een leven leiden dat door de rede gedomineerd wordt. Tristan Vigliano exploreert dit alles in zijn werk ‘Humanisme et juste milieu au siècle de Rabelais’ (Les belles lettres, 2009). Hij komt daarbij tot de conclusie dat de twee traditionele standpunten niet geldig zijn. Zowel diegenen die zeggen dat Rabelais niet ernstig te nemen is, als zij die menen dat Rabelais een doodernstige humanist is. Vigliano tracht aan te tonen dat er bij Rabelais een meta-bewustzijn aanwezig was: we moeten naar het goede streven omdat het onmogelijk is. We moeten het rechte pad bewandelen omdat er geen recht pad is. En daarin is Wallace Stevens (en de pragmatische school) met de ‘transcendentale illusie’ een leerling van Rabelais. De ‘Notes toward a supreme fiction’ is dit manifest: we geloven de fictie, omdat de fictie onwaar is en er niets anders is.

Comments [0]

rabelais (1)

Ook ‘Gargantua’ en ‘Pantagruel’ zijn niet de boeken die bekend zijn om hun rabelaisiaanse eigenschappen. Overdadigheid, mateloosheid, boeren, drinken en zwijnen. Integendeel, soms zijn ze een pleidooi voor gebondenheid en staan ze bijzonder dicht bij het gedachtegoed van Erasmus. We kunnen in dit werk de vorming van het subject aan het werk zien. In het derde en het vierde boek is Pantagruel geen reus meer, hij verandert in een wijze vorst (het werk van Rabelais is een vorstenspiegel). Vooral de figuur van Panurge evolueert heel sterk: in het begin is hij een Tijl Uilenspiegel maar in het derde en het vierde boek is hij in sommige passages ronduit een lafaard, een schurk, een onderkruiper. Zijn gedrag is niet langer te waarderen.

Tot voor kort vonden wij dat dit niet kon: een personage moest consistent zijn, de psychologie moest verklaarbaar en dus traceerbaar zijn. Oorzaak en gevolg moeten duidelijk gegeven zijn. Bij Rabelais zien we dat dit nog niet belangrijk is: het subject als een geheel, als een afgerond wezen is er nog niet. De mens is zowel een intellectueel wezen als een kind dat geen grenzen kent. De psychologie bestond gewoonweg niet.

De Westerse cultuur heeft het mensbegrip consistent gemaakt. Iemand is X en iemand anders is Y. Dit is geëvolueerd naar de identificatie met de rol die men maatschappelijk te spelen heeft. Wat men verwacht van een dokter, wordt ook door hem gedaan. Een volwassene gedraagt zich als een volwassene.

Nu zijn er twee tendensen bezig. De eerste is dat deze evolutie nog verder gaat en dat het persoonlijke ook in de publieke sfeer getrokken wordt. Dit is wat we nu noemen: de hel beleven. Een andere tendens is de verbrokkeling van het ik: het subject bestaat niet. We kunnen dit lezen in het werk van Willem Brakman. Hij beschrijft personages die geen consistent gedrag vertonen. Hun uitleg is niet noodzakelijk rationeel.

Toch blijken beide tendensen niet tegenstrijdig te zijn want ze vernietigen allebei het individu. Als het waar is dat het boek als object en als leefwijze verbonden is met het humanisme, dan kan het niet anders dan dat het boek in deze tijden marginaal wordt.

Comments [0]

bardot-simenon

In de film ‘En cas de malheur’ is Jean Gabin de notabele. Succesvol en rijk. Maar dat brengt een gevaar met zich mee. Het bastion is door jonge schoonheid in te nemen. Brigitte Bardot speelt de rol van het licht. (Er zijn twee godinnen van het doek: Marilyn Monroe en Brigitte Bardot. Wie de jonge Bardot gezien heeft, weet dat er maar één godin is.) Zij vraagt zijn hulp. Zij heeft geen geld, niets. Hij vraagt haar: wat heb je mij te bieden. In de film wordt de camera laag gehouden. Bardot leunt tegen de tafel, een bil op de rand. In de verte, in het midden van het beeld staat Gabin. Donker, dreigend, de handen in de broekzakken, wijdbeens. De houding: ‘wat kun je mij maken?’ Links staat een kast met mappen. Gabin heeft dus te kiezen tussen de zekerheid of de lichtheid van het meisje. Op zijn vraag haalt Bardot haar mini-rok omhoog. Dit.

De film is gebaseerd op een boek van Georges Simenon.

Bardot is het zinnebeeld van de schoonheid, de lichtzinnigheid. Haar haat tegen de islam is niet te verwonderen. Zelfbehoud en trots. Dat ze daartoe het rechtse discours moest kiezen, is één van de trauma’s van onze tijd. Maar het toont ook aan hoe de bourgeoisie in staat geworden was een zekere lichtzinnigheid het leven binnen te halen. Een lijfelijkheid. Een levensaanvaarding.

Dit is primitieve seksualiteit. De vrouw biedt zich aan –dat de man verovert, is een illusie, en Bardot doet dit hier op de meest exclusieve wijze. Niet haar borsten, niet haar billen, haar ogen of het haar: de kut, de put.

Simenon beschrijft in ‘En cas de malheur’ de verleidelijke als een spichtig ding, een typisch product van de jaren vijftig: verloren, spichtig, onverzorgd, een vat zonder bodem. Dat Lucien Gobillot op haar verliefd wordt, maakt de zaak des te tragischer. Het boek is grauwer, rauwer. Maar geen Bardot.

Hij is gehuwd met Viviane. Yvette is de blonde rampetamp.

Yvette heeft met een vriendin een overval gepleegd en zij komt Gobillot vragen haar te verdedigen. Het onmogelijke gebeurt: het kan niet anders dan dat ze veroordeeld wordt, Gobillot slaagt erin hen vrij te spreken. En dan begint hij haar te onderhouden. Er is nog een andere gegadigde, die haar later zal vermoorden. Schoonheid en gevaar. Een driehoeksverhouding in het appartement dat Yvette gekregen heeft.

Simenon, de meestr-schrijver, een niet-romanticus, ook zijn hoofdfiguren zijn zo. Hij vraagt zichzelf af hoe het begonnen is: ‘C’est la solution facile, ce que j’ai envie d’appeler la solution romantique.’

Viviane weet van zijn avontuur, laat het toe. ‘Seulement, elle est belle joueuse et regarde la vérité en face, acceptant d’avance ce qu’elle est impuissante d’empêcher.’

‘Je ne me repens de rien. Je ne crois de rien. Je n’ai jamais ressenti de remords mais, ce qui me trouble de temps en temps, c’est d’être saisi de la nostalgie d’une vie différente, d’une vie qui ressemblerait, justement, à celle des discours de distribution de prix et des livres d’images.’ Toch nog romantiek.

Comments [1]